Groeiende gummybeertjes

Eerder deze week liet ik gummybeertjes groeien in een glas water. In tegenstelling tot bijvoorbeeld het experiment regen in een zakje is dit eveneens een geschikte activiteit voor de allerkleinsten. Het is simpel, leuk en lekker! Kortom, het is een ideale manier om weer wat punten te scoren bij je kroost…

Spelen met snoep is natuurlijk altijd een goed idee. Tenminste, mijn nageslacht is daar altijd wel voor te porren. Ik besloot om een extra dimensie aan dit experiment toe te voegen door niet alleen kraanwater te gebruiken maar tevens zout water. Hierdoor wordt het principe van osmose net iets duidelijker in beeld gebracht. Daarover later meer. Dit is vooral interessant voor iets oudere kinderen. Wanneer je aan de slag gaat met een peuter zou ik er persoonlijk voor kiezen het zoute water achterwege te laten en enkel kraanwater gebruiken.

Benodigdheden:

  • gummybeertjes
  • grote glazen
  • water
  • zout

Zoals ik eerder al vertelde, is dit een heel makkelijk experiment. Je vult alvast één glas met water terwijl je ondertussen water aan de kook brengt voor het tweede glas. In het tweede glas gebruik je namelijk zout water. Door het te koken, vergroot je het oplosbaar vermogen van water waardoor het zout lost makkelijker wordt opgenomen. Schenk vervolgens voorzichtig heet water in het tweede glas en roer er steeds een beetje zout door tot het moment daar is dat het niet meer wordt opgenomen. Het water is nu verzadigd. Laat voordat je verder gaat met het experiment het water afkoelen; de kans is anders groot dat de gummybeertjes smelten. (Grappig maar niet helemaal de bedoeling…)

Gooi nadien in elk glas een drietal gummybeertjes. Wij deden dit experiment ’s avonds voor het slapen zodat de beertjes gedurende de nacht konden groeien. Vooraf liet ik mijn kleuter raden wat de uitkomst zou zijn. Zouden de gummybeertjes in het zoute water groter, kleiner of even groot groeien als de beertjes in het glas kraanwater? Meneer gokte dat ze even groot zouden worden. Afijn, we namen de proef op som…

Hierboven zie je het resultaat. De gummybeertjes linksboven troffen we aan in het glas kraanwater en de beertjes rechtsboven komen uit het glas met zout water. De onderste exemplaren dienden als controlegroep; hiermee hebben we niets gedaan. Ze liggen er enkel bij om te vergelijken hoe groot de gummybeertjes uit ons experiment zijn geworden ten opzichte van het originele formaat. De beertjes die een nachtje hebben gedobberd in zout water zijn aanmerkelijk kleiner gebleven dan de beertjes die we ’s morgens uit het glas kraanwater viste.

Voor de scheikundige kant van dit experiment is het van belang om de ontstaanswijze van gummybeertjes te begrijpen. Dit snoepgoed wordt gemaakt door suiker, gelatine en smaak-, geur- en kleurstoffen op te lossen in warm water. Wanneer deze oplossing afkoelt, heeft dat een stevige doch zachte substantie tot gevolg. Hoewel een groot deel van het water met het afkoelen verdwijnt, zal de gelatine ook het nodige water vasthouden. Net als gelatinepudding. Hierdoor blijven de gummybeertjes lekker zacht. Door dat kleine beetje water gedragen de beertjes zich in dit experiment echter niet als een vaste stof maar als een vloeistof.

Net als bij het creëren van een ei zonder schil vindt er osmose plaats waardoor de omvang van de beertjes toeneemt. Vloeistoffen met daarin verschillende verhoudingen opgeloste stoffen hebben van nature de neiging om elkaar in balans te brengen. In het water dat in een gummybeertje zit, zitten heel veel stoffen opgelost in tegenstelling tot kraanwater. Hierdoor zal het kraanwater zich een weg banen richting het beertje om de verhoudingen in evenwicht te brengen. In zout water zit echter al heel veel zout opgelost. De verhouding tussen de opgeloste stoffen in het water in het gummybeertje en het zoute water ligt totaal anders. Er is een kleinere disbalans waardoor minder water van buitenaf zich een weg baant richting het beertje.

Bewaren

Bewaren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *